Rouw
Verlies. Zwart. Grauw. Kleurloos. Een muur waar je tegen op loopt. Niets meer recht. Alles schots en scheef. Niets klopt meer. Vastgelopen. Doodlopende weg. Je kunt er niet over heen, niet onder door. Een fuik.
Kaal – lompen. Alle vreugde, alle eergevoel, alle vreugde, is weg. Verdriet, boos, onmacht, de toekomst lijkt weg.
Gebogen of gebroken?
Slechts een spoortje door-stromend licht door wat missende stenen in de muur.